Red ons van de schande
België heeft het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK)
ondertekend. Dat brengt verplichtingen mee ten opzichte van kwetsbare groepen zoals buitenlandse niet-begeleide minderjarigen. Dit zijn minderjarigen die op ons grondgebied worden aangetroffen en die niet vergezeld zijn door hun ouders of wettelijke voogd. Volgens het IVRK moet de overheid alles in het werk stellen om deze kinderen en jongeren te herenigen met hun ouders en in afwachting van deze of een andere duurzame oplossing, opvang en bescherming aanbieden. Alle overheden, dus naast de Federale overheid ook de Gemeenschappen en Gewesten, hebben het kinderrechtenverdrag geratificeerd.
Sinds enige tijd verkeert het opvangnetwerk van Fedasil in een diepe crisis. Onder druk van het tekort aan opvangplaatsen wordt er teruggegrepen naar noodoplossingen als hotelkamers. Niettemin blijven nog honderden mensen in de kou staan. Ook de buitenlandse niet-begeleide minderjarigen delen in de klappen. De cijfers spreken voor zich.
Jaarlijks komen er ongeveer 2500 niet begeleide minderjarigen in ons land terecht. Voor heel wat van deze jongeren wordt opvang gevonden. Maar we stellen vast dat ongeveer 700 jongeren uit het vizier van het opvangsysteem blijven. Zij leven op straat, bij familie, trekken door naar andere landen, verdwijnen, …
Op stap - samenwerking tussen Opvang en Minor-Ndako
Niet-begeleide buitenlandse minderjarigen zijn kinderen en jongeren die alleen in België terechtkomen. In hun land van oorsprong hebben ze vaak alles moeten achterlaten. Ze komen hierheen met de hulp van familie, met mensensmokkelaars, via mensenhandel, enz. De meeste van deze jongeren hebben een lange tocht achter de rug. Ze komen aan in een land dat ze niet kennen, waar ze vaak niet begrepen worden en meestal ook niet echt gewenst zijn. Hun rechtspositie is onduidelijk en ze kunnen niet terugvallen op een sociaal netwerk. Ze spreken onze taal niet, kennen de weg niet in onze maatschappij en zien zich geconfronteerd met een berg administratie. Deze jonge mensen moeten heel wat beslissingen nemen waarvan Belgische kinderen van dezelfde leeftijd gespaard blijven.
Hun toekomst is een groot vraagteken, velen verdwijnen in de illegaliteit. Verdwijningen worden niet ernstig genomen.
Al die onzekerheden leiden tot gevoelens van onmacht en spanning. Gepaste zorg voor deze kinderen en jongeren is vaak ver weg. Er is een grote nood aan gespecialiseerde begeleiding. Een goede opvang en begeleiding voorzien voor niet-begeleide buitenlandse minderjarigen ligt niet voor de hand. Het is niet evident om een vertrouwensrelatie op te bouwen met hen, vaak zijn ze te gekwetst om anderen te kunnen vertrouwen. Soms willen ze hun verhaal wel vertellen, maar kunnen niet, of mogen niet, omdat het te gevaarlijk is, omdat het te veel pijn oproept, omdat het.....
Het vraagt van deze jongeren heel wat energie, moed en doorzettingsvermogen om hun vertrouwen te geven en zich ergens thuis te gaan voelen. Slechts een kleine minderheid van hen komt terecht in geëngageerde pleeggezinnen, anderen worden opgevangen in al dan niet speciaal hiervoor toegeruste centra, nog anderen blijven rondzwerven.
Opvang, een dienst voor pleegzorg en Minor-Ndako, een onthaalcentrum voor niet-begeleide buitenlandse minderjarigen, hebben de handen in elkaar geslagen. Door hun expertise samen te brengen willen ze de kwaliteit van de hulpverlening voor deze kinderen/jongeren garanderen. Ze willen de gezinnen die hen een thuis geven ondersteunen.
Beide organisaties werken samen aan de werving, selectie en voorbereiding van nieuwe pleeggezinnen voor deze specifieke doelgroep, en aan de vorming van bestaande pleegouders, die een aanbod voor de opvang van deze vluchtelingenkinderen (willen) doen.
In 2009 kreeg Opvang 41 aanvragen voor de opvang van een niet-begeleide minderjarige in een pleeggezin. Dit leidde tot 17 plaatsingen. Voor de anderen was er geen gezin voorhanden.
Minor-Ndako staat ieder jaar in voor de opvang en begeleiding van meer dan honderd jongeren. Het gaat hierbij om een erg heterogene groep (leeftijd, afkomst, problematiek…) waarvoor ze een adequaat aanbod uitwerken.
Opvang en Minor-Ndako vonden het nodig de problematiek van deze jongeren onder de aandacht te brengen. Een boek, met een blik op het leven van deze minderjarigen, leek ons een geschikt medium.
Wij hopen dat dit boek mensen aanzet om zich kandidaat te stellen voor de opvang en begeleiding van deze jongeren, als pleeggezin of als voogd.
Dit boek maakt zichtbaar waar deze jongeren nood aan hebben. Het helpt gezinnen een zicht te krijgen op de inzet die van hen zal gevraagd worden.
Niemand weet dat ik een mens ben brengt de verhalen van enkele niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Het toont de veerkracht, het doorzettingsvermogen en de motivatie die deze jonge mensen drijft om door te gaan, niet op te geven. Lieve Blancquaert en Erwin Mortier slaagden erin hen een gezicht te geven… en een klinkende stem.
Het boek maakt duidelijk waar deze jongeren behoefte aan hebben en doet een warme oproep aan toekomstige pleeggezinnen en voogden.
Recentste bijwerking: 18/10/2010 Copyright © Opvang vzw




